Het verbond


De doop is het zegel van het verbond. Eens was de besnijdenis dat. Wat is het verschil? Waarom is de doop voor de besnijdenis in de plaats gekomen? We zullen het zien.

Besnijdenis


In Genesis 17 kun je lezen hoe God een verbond sloot met Abraham en zijn nageslacht. Een verbond met het hele volk IsraŽl dus. In vers 10 en 11 staat dat Abraham als teken van dat verbond de voorhuid van alle manlijke leden van IsraŽl moet besnijden. Daar vloeit dus bloed bij. Bloed. Dat ook vloeit bij de offerdienst. De offerdienst wijst naar het offer van Christus. Bloed heeft de Here Jezus voor ons vergoten aan het kruis. De besnijdenis met het bloed verwijst dus naar de Here Jezus, de Verlosser. De Middelaar van het verbond. Als tussenpersoon heeft Hij het offer gebracht, waardoor wij weer vrijmoedig bij de HERE mogen komen.

Hoe gaat het met IsraŽl


IsraŽl was Gods volk. Zoals Christus nu zijn kerk vergadert, koos God toen IsraŽl als volk. De IsraŽlieten in het Oude Testament wachtten op de Messias. Zij wisten door de offers en door de profeten dat Hij zou komen voor hun zonden. Maar IsraŽl raakte de (smalle) weg kwijt. Zij gingen steeds meer geloven dat zij God niet nodig hadden. Zij hadden de wet van Mozes. Zij geloofden dat het genoeg was dat ze kinderen van Abraham waren en zich aan de wet hielden. Erg hŤ. Eigenlijk dachten ze dat ze het eeuwige leven zelf wel konden verdienen. Zij hadden de Here Jezus helemaal niet nodig.

Als Jezus, de Messias op aarde komt willen de Joden niks van Hem weten. Gods kerkvolk wil niets van Hem weten. Ze proberen Hem te stenigen en zullen Hem later aan het kruis spijkeren. Jezus komt naar de aarde. Gods Zoon wordt mens. Hij lijdt voor zijn volk. En zijn volk wil niks van Hem weten. Ze kunnen zichzelf wel redden. Zij stammen af van Abraham. Volgens hen is dat alleen haast wel genoeg om in de hemel te komen. En als ze zich daarnaast ook nog aan de wet houden, dan komt het wel goed met hen.
Op een dag willen een paar FarizeeŽrs zich laten dopen. Maar Johannes de Doper zegt:
íBrengt dan de vrucht voort, die aan de bekering beantwoordt; en beeldt u niet in, dat gij bij uzelf kunt zeggen: Wij hebben Abraham tot vader, want ik zeg u, dat God bij machte is uit deze stenen Abraham kinderen te verwekken.í

Dat is Gods antwoord. Je kunt wel denken dat je in de hemel komt omdat je van Abraham afstamt, maar als ik wil maak ik van deze stenen kinderen van Abraham. Het zegt niets! Helemaal niets! Je moet je bekeren van je zonden. Je moet doorhebben dat je zondigt en dat je de Here Jezus nodig hebt en daarnaar leven!

Dan wordt alles anders


Dan wordt alles anders. De Joden hebben er dus helemaal een ander geloof van gemaakt. Als Jezus bij zijn kerk op aarde komt, wachten er maar weinig mensen op Hem. Simeon en Anna wel. Maar de FarizeeŽn niet. Zij vertrouwen op hun afstamming. De Here moet dat veranderen. Daarom heeft Johannes de Doper opdracht gekregen van God om de mensen te dopen wanneer ze zich bekeren. Hij preekt dat de mensen op de Verlosser moeten vertrouwen. Dat ze Hem nodig hebben. Als de mensen dat geloven en zich bekeren mogen ze worden gedoopt. Het water wast de zonde af.
Dat laat de doop nu juist zien. Christusí bloed heeft al gestroomd voor ons. Hij is al gestorven en Hij is al begraven. Hij is opgestaan en leeft! We hoeven ook niet meer te offeren. Dat wees ook heen naar Christusí offer. Het offer is gebracht. Bij het teken hoeft dus geen bloed meer te zijn. Nu zien we bij de doop symbolisch (wat Johannes preekte) hoe onze zonden afgewassen worden. We krijgen Gods beloften: Een eeuwig verbond met de Vader, vergeving van de Zoon en de Heilige Geest werkt het geloof en de vrucht in ons uit.

Samengevat kun je het zo zeggen. Eerst gaf God de besnijdenis als teken van het verbond. Zo werden mannen elke dag herinnert aan Jezusí offer dat komen moest. Net als door de offerdienst. Maar het volk ging verkeerd op de besnijdenis vertrouwen. Zij geloofden dat de besnijdenis liet zien dat ze IsraŽlieten waren, kinderen van Abraham. Daarom zouden ze wel in de hemel komen. Een verkeerd geloof dus. Toen Jezus op aarde kwam, vertrouwden veel mensen op hun afstamming in plaats van op de Verlosser. Daarom moest Johannes van God preken en de mensen oproepen tot bekering. De bekeerde mensen moesten gedoopt worden. De Here Jezus bracht het offer aan het kruis. Hij gaf zijn bloed voor ons. En nu mogen wij daarop terugkijken in de doop. Hij heeft onze vergeving verdiend. Het vloeien van bloed is dus bij ons niet meer nodig. De doop laat zien dat wij onrein zijn, maar het wordt allemaal afgespoeld. En daarom mogen wij nog steeds de verbondsbeloften ontvangen. Vergeving van zonden. Het eeuwige leven. Loof de HERE!